Inloggen Geen account? Registreer hier.

OSLO

OSLO

"verbeteren van de dienstverlening door standaardisatie"

Burgers en bedrijven klagen vaak over een inefficiënte overheid. Wanneer u aanklopt bij verschillende overheidsdiensten moet u dikwijls dezelfde gegevens indienen bij elke dienst.

De wil om het beter te doen is er, en toch lijkt het bijzonder moeilijk om gegevens met elkaar te delen.

Om burgers en bedrijven beter van dienst te zijn moet die overheid dan ook werk maken van een geïntegreerde en organisatiebrede elektronische dienstverlening.

Dat is echter geen makkelijke klus. De diverse informaticasystemen werden onafhankelijk van elkaar ontwikkeld en begrijpen elkaar hierdoor niet.

De sleutel zit hem dan ook in het evolueren naar een standaardisatie van data. Dit laat toe dat toepassingen gemakkelijker gegevens uitwisselen en dat er automatisch een hogere efficiëntie wordt bereikt. Dan kan het telkens bevragen van burgers en bedrijven, over gegevens die men eigenlijk al heeft, tot het verleden behoren. Het evolueren naar een zekere eenvormigheid in datastructuren bereikt men via consensus met de industrie en het stimuleren van een open forum voor discussie.

Met het OSLO-project wou de Vlaamse ICT Organisatie dé datastandaard ontwikkelen voor lokale besturen. Bij de eerste fase van dit project, de zgn. inventarisatiefase, werden de bestaande authentieke gegevensbronnen en veelgebruikte datamodellen, waarmee lokale overheden momenteel werken, geïnventariseerd. Dit gebeurde in werkgroepen. Hierin zaten de verschillende belanghebbenden uit de lokale besturen, de Vlaamse overheid, federale overheid en diverse consortiumpartners. Het resultaat gaf een overzicht van de verschillende problemen m.b.t. gegevensintegratie en toepassing van authentieke bronnen en hun impact op de werking van lokale besturen.

Het kernprobleem situeert zich op het niveau van de kern data m.b.t. personen, organisaties en adressen. De datastandaard focust zich dan ook op deze entiteiten. Standaardisatie moet het in de toekomst mogelijk maken om gegevens uit te wisselen tussen verschillende toepassingen (binnen en buiten de lokale besturen).

V-ICT-OR wou geen solitaire Vlaamse standaard uitwerken en toetste deze dan ook aan de internationale standaarden. Het was de bedoeling dat deze OSLO-standaard maximaal afgestemd was op de web standaarden (W3C) en ander wereldwijd onderzoek.

Het technisch traject werd gefaciliteerd door V-ICT-OR en iMinds, samen met toonaangevende spelers uit de industrie. In het consortium zetelden BCT, Belgacom, CIPAL, CORVE, Digipolis Gent, Digipolis Antwerpen, Fusebox, Infront, Kortrijk, Remmicom en Schaubroeck.

Omdat de opzet van OSLO te groot bleek voor een kleine vzw als V-ICT-OR is het project echter overgedragen aan de Vlaamse Overheid. Deze pikte het project op als ‘OSLO²’.

OSLO²

OSLO² staat voor Open Standaarden voor Linkende Organisaties (ook wel LBLOD genoemd).

De Vlaamse overheid zet in op een eenduidige standaard voor de uitwisseling van informatie. Het is de bedoeling om te zorgen voor meer samenhang en een betere vindbaarheid van data. Op die manier kan iedereen de gegevens makkelijker gebruiken.

OSLO² volgt logisch op OSLO, een initiatief uit 2012 opgestart door de Vlaamse ICT-organisatie (V-ICT-OR). Hier werd de basis gelegd voor een open semantische informatiestandaard. Met de steun van de Vlaamse Overheid, werd dit project in een latere fase omgedoopt tot Open Standaarden voor Linkende Overheden (OSLO²).

Met OSLO² zet informatie Vlaanderen samen met haar partners versterkt in op semantische interoperabiliteit. Het standaardiseren van de betekenis van informatie is essentieel om het Vlaanderen Radicaal Digitaal principe ‘vraag niet wat je al weet’ te realiseren. Daarnaast zijn semantische standaarden een belangrijke hefboom voor de interbestuurlijke dialoog en hergebruik van informatie door de private sector.

Op 31 maart 2017 werden de resultaten van het project OSLO² opgeleverd op een publieke informatiedag. De vocabularia en applicatieprofielen die in dit project werden ontwikkeld in co-creatie met Vlaamse administraties, lokale besturen, federale partners, de Europese Commissie en private partners (88 auteurs) werden er aan een breed publiek voorgesteld.